Specialist in vochtrijke diervoeders

Met bijproducten een goed resultaat behalen.

15-10-20 |

Schakelen met Corngold door Corona

Anneke en Jan van der Werff - bedrijfsgegevens

Met lage kosten een goed resultaat behalen. Dat probeert melkveehouder Jan van der Werff door het voeren van verschillende bijproducten. Lees hieronder het leuke artikel uit weeklad Boerderij over het mooie bedrijf van Anneke en Jan van der Werff. (artikel in pdf zie link onderaan)

In een kapschuur laat Jan van der Werff de sojacake zien. Het ligt losgestort op flinke bulten in twee loodsen, is karamelkleurig en heeft op het eerste oog wat weg van grof zaagsel. Sojacake is een van de bijproducten die de melkveehouder voert. “Ik had er nog nooit van gehoord, maar onze Agrifirm-adviseur kwam ermee.” In twintig jaar is Van der Werff gegroeid van 160 naar 300 melkkoeien. Hij zet het bedrijf in het Friese Ravenswoud rond met twee medewerkers en hulp van zijn vader en dochters. Zijn dochters willen allebei in het bedrijf gaan. Nu zitten ze nog op school en melken in het weekend, zodat Jan een ochtend vrij heeft. Doordeweeks melkt hij de koeien een keer per dag, de tweede melkbeurt doet een van zijn medewerkers. Van der Werff melkt de koeien op een rantsoen van – op drogestofbasis – 60% kuilgras, 30% mais en 10% bijproducten. Hij voert Corngold, sojacake, tarwegistconcentraat, raapschroot en gerst.

Schakelen door corona

Rond het begin van de coronacrisis was de sojacake een tijdje niet leverbaar. Die verving Van der Werff door meer maisgluten in de vorm van Corngold te voeren. In die periode waren de voeraardappelen juist erg goedkoop. Hij voerde die daarom tot begin september. Toen waren de aardappelen door de warmte niet goed meer houdbaar. “Ik heb nog nooit zo’n hoog eiwitgehalte in mijn melk gehad als in die periode. Het steeg tot 3,70%.” Van der Werff heeft de aardappelen ook samen met de eerste snede ingekuild. “Zoals het eruitziet, is dat goed gelukt. Maar we moeten nog beginnen met voeren ervan.” De Fries ziet de verschillende bijproducten als ondersteuning van zijn eigen voer. Ze zijn goedkoper dan krachtvoer. “Als het aandeel in het rantsoen stijgt, heb ik minder krachtvoer nodig. Die kosten weet ik op deze manier te drukken.” Hij houdt geen maximum aan in het percentage bijproducten. “Zolang het maar niet ten koste gaat van het ruwvoer. Dat blijft het belangrijkste.” Samen met de voerleverancier maakt hij een rantsoen. Wat het oplevert om meer bijproducten te voeren in plaats van krachtvoer, heeft hij nooit zo uitgerekend. “Voor ons is het een goed werkzame manier om de krachtvoerkosten te drukken.” Het totale rantsoen mengt de veehouder in de zelfrijdende Storti-voermengwagen. Hij gebruikt dit systeem al achttien jaar en dat bevalt hem heel goed. “Ik heb minder uitkuilverliezen en het erf is schoner.” Van begin tot eind is hij een half uur bezig met voeren. Omdat de koeien binnen staan, voert Van der Werff twee keer per dag. Hij schuift het voer meerdere keren per dag zelf aan. Zo ligt er altijd een fris rantsoen voor het hek.

Meer werk uitbesteed

De loonwerker komt om te hakselen en om in te kuilen. Mest uitrijden deed de veehouder vroeger zelf, maar dat besteedt hij nu ook uit. “Je moet namelijk ook nog een keer thuiskomen ’s avonds. Je kunt niet altijd aan het werk blijven”, zegt Van der Werff. Daarom werkt hij samen met mensen uit het bedrijfsleven. Rantsoenen berekenen doet hij met Agrifirm. Dochteronderneming Bonda levert de bijproducten voor het rantsoen. “Zij hebben de kennis. In je eentje weet je niet alles. Werk uitbesteden werkt voor mij goed. Zo kan ik de kennis van anderen benutten.” Het liefst zou Van der Werff de stal op timaliseren voor de melkkoeien. Maar dat staat momenteel niet bovenaan de prioriteitenlijst. “Ik wil nu financiële ruimte creëren. Als onze dochters in het bedrijf komen en zij willen bijvoorbeeld een andere melkstal, dan moet daar ruimte voor zijn.” De 300 melkkoeien zijn verdeeld in vier groepen. Er is een oudmelkte, een nieuwmelkte, een met vaarzen en een kleine groep die wat meer aandacht nodig heeft. De veehouder melkt in een 24-stands binnenmelker. “Het melken duurt bij ons 3 uur. Door de groepen zijn de koeien minder lang afgesloten van de stal.” In 2017 kon de veehouder meedoen aan ruilverkaveling. Het land kwam merendeels bij huis te liggen en hij kocht er op één kilometer afstand een tweede locatie bij. Hier brengt hij de kalfjes heen als zij tien maanden oud zijn. De huurder van de woning past op de kalfjes. Voor die tijd besteedde hij de jongveeopfok uit. “Dat ik het nu zelf in de hand heb, is een voordeel. Ik heb de transportkosten niet meer en de vruchtbaarheid is beter. De afkalfleeftijd is met 1,5 maand gezakt.”

Geen last meer van diarree

Ook aan zijn melkkoeien merkt hij dat het beter gaat. “De koeien worden iets ouder. Het gaat allemaal wat makkelijker.” De stal van de jongste kalfjes is verbouwd. Er zijn nu strohokken en de kalfjes krijgen melk met de melkbar. “Mijn vader voert de kalfjes nog elke dag. Sinds drie jaar voeren we geen volle melk meer, maar kunstmelk. Nu hebben we nagenoeg geen last meer van schijterij.”

 

bron: Marleen Purmer, weekblad Boerderij.

 

download het artikel hier:

https://www.bonda.nl/fileadmin/user_upload/Documenten/PDF/Nieuws_Rundvee/Jan_van_der_Werff_okt2020.pdf