Bierbostel & droge bietenpulp

Bierbostel is een nevenproduct van de bierbereiding. Het bestaat hoofdzakelijk uit de kaf- en eiwitdelen van de brouwgerst, waar de brouwer de koolhydraten heeft uitgehaald. Om de conservering te bevorderen, wordt droge bietenpulp door de bostel gemengd. Droge bietenpulp neemt ongeveer zes maal haar gewicht aan lekvocht op. Hierdoor wordt bierbostel beter stapelbaar. Bovendien is het een goede oplossing om lekvocht uit bierbostel sterk te verminderen.

Bierbostel is in veel rantsoenen een onmisbare eiwitbron geworden. Het is een eiwitrijke krachtvoervervanger met een uitzonderlijk hoge benutting van eiwit en mineralen. De specifieke werking op de pens en op de gezondheid van het vee wordt door de praktijk onomstotelijk onderschreven, in zowel maïs- als grasrantsoenen. Bierbostel is naast een eiwitaanvulling ook een katalysator die de benutting van eigen ruwvoer stimuleert.

Door het lage kaligehalte in bierbostel wordt de kaliumconcentratie in het rantsoen sterk verlaagd. Dit is erg belangrijk tijdens de droogstand, in verband met de Ca- en Mg-opname. Bovendien vermindert het de kans op zuchtvorming. Dit maakt bierbostel, naast uitstekend voer voor melkvee, ook uitermate geschikt als onderdeel van het droogstandsrantsoen

Bonda Bostelzout

Door middel van het toevoegen van zout aan bierbostel, wordt de osmotische druk in het product verhoogd. Dit heeft een conserverende werking, omdat de groei van bacteriën en schimmels wordt geremd. Daarnaast heeft zout een smaakverbeterend effect op voedermiddelen. Zout wordt als conserveermiddel meegeleverd en op het afleveradres in zakgoed van 25 kilogram separaat geleverd of op verzoek van de afnemer met het vijzelmengsysteem door de bierbostel gemengd.

Geadviseerde dosering:

50 kilogram zout per circa 11500 kilogram bierbostel geleverd (= 4,3 gram per kilogram bierbostel). Een hogere dosering is in overleg mogelijk.

Meer informatie aanvragen

Meer informatie aanvragen: Bierbostel & droge bietenpulp

Samenstelling (g/kg ds)

* o.b.v. 3% pulp
DS 266 RE 241 P 5,3
VEM 960 RVET 93 K 1,6
VEVI 975 RC 188 Na 0,9
DVE 141 RAS 42 Mg 2,0
OEB 42 SUI 27 Ca 4,5
FOS 413 ZET 50
BZET 0
* De samenstelling van onze producten zijn gemiddelde waarden. Er kan echter een natuurlijke variatie in de samenstelling voorkomen.

Voeradvies

Aflevering en opslagadvies

Kwaliteitsborging

Veelgestelde vragen Alle vragen

Uit vochtige voeders kunnen kleine hoeveelheden lekvocht lopen. Proti+, Energi+, Smulpro en Corngold laten nauwelijks lekvocht los. Grove bierbostel is gevoeliger voor het loslaten van lekvocht. Zorg te allen tijde voor een goede afvoer of zorg dat het wordt geabsorbeerd door bijvoorbeeld een onderlaag van snijmaïs of droge pulp. Meer informatie over in- en uitkuilen

Onderfolie is dunner en flexibeler dan kuilplastic. Hierdoor vormt het zich beter met de vorm van de toplaag van het voer. Het folie zuigt zich min of meer vast op het voer. Hierdoor krijgt lucht minder kans om onder het folie te komen en krijgen schimmels geen kans. Meer informatie over in- en uitkuilen

De meeste vochtige voeders zijn niet geschikt om aan te rijden. Corngold® (maïsgluten) en sojacake kunnen worden aangereden om lucht uit het voer te persen. Zorg dat de banden schoon zijn om schimmelplekken te voorkomen. Bij overige producten is het voldoende om de toplaag te egaliseren en aan te drukken. Bijvoorbeeld met de bak van de kraan of door het vast te kloppen met een schep. De zijkanten moeten extra goed worden aangedrukt. De druk van een dunne laag zand – of voldoende banden – doen de rest. Op de randen van de kuil moet extra druk worden aangebracht door extra zand of zandslurven. Meer informatie

Veel vochtige voeders zijn zeer geschikt om bovenop ander voer in te kuilen. Dit zorgt voor extra druk op de onderlaag en u kunt twee producten uit één silo voeren. De bovenste laag dient minimaal 25 cm dik te zijn. Proti+, Energi+ en Smulpro en aardappelpersvezels zijn zeer geschikt als afdekmiddel. Vanwege de hoge dichtheid van de producten geven ze extra gewicht. Meer informatie

De ondergrond moet verhard, vlak en schoon zijn. Steentjes of andere verontreinigingen kunnen scheuren veroorzaken. Een slurf kan niet in de bocht worden aangelegd. Bij het lossen van een slurf is 40 meter werk ruimte nodig: 20 meter voor de slurf plus 20 meter voor de vrachtwagen. Bij fermentatie (conservering) ontstaat het gas koolzuur (CO2). Dit gas kan in een kuil makkelijker weg dan in een slurf. Vooral bij warm weer kan een slurf door gasvorming scheuren. Om dit te voorkomen plaatst de chauffeur een ventiel waardoor het gas kan ontsnappen. De chauffeur gebruikt hiervoor een speciaal hulpstuk. Het ventiel moet na ca. drie dagen gesloten worden (door de ontvanger). Als het ventiel langer open blijft staan kan schimmelvorming ontstaan. Het ventiel kan worden hergebruikt. Daarom graag voor levering van de nieuwe slurf het ventiel klaar leggen voor de chauffeur. Meer informatie