Wat is Carbon footprint en hoe werkt de berekening?

Carbon footprint. U heeft er vast wel eens van gehoord, maar wat is het precies en wat kunt u eraan doen om deze te verlagen? Dat leggen we u graag uit.

Uw carbon footprint geeft aan welke impact uw persoonlijke uitstoot van broeikasgassen zoals koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O) heeft op het milieu. Om de carbon footprint juist weer te geven wordt dit omgerekend naar CO2-equivalenten. Eén CO2-equivalent is gelijk aan het effect van 1 kg CO2.

De laatste jaren ligt deze uitstoot onder een vergrootglas, zeker wanneer het gaat om de agrarische sector. Daarom worden er maatregelen opgesteld en wordt er gesproken over onder andere een stikstofbeleid. Wanneer er naar de cijfers gekeken wordt blijkt uit de gegevens van de FAO (Food and Agriculture Organization of the United Nations) dat de voedselketen in Nederland 32,7% van de totale broeikasgasuitstoot voor zijn rekening neemt (Crippa et al, 2021; Tubiello et al, 2021).

Reden om de milieuregels in de gaten te houden. Op dit moment wordt de broeikasgasuitstoot voor individuele melkveehouders bijgehouden in de KringloopWijzer. Om tot de totale carbon footprint van een melkveehouder te komen, bevat de rekensom de volgende zaken: pensfermentatie, stal en mestopslag, voerproductie, energiebronnen en aanvoerbronnen.

De verdeling is gemiddeld als volgt:

Pensfermentatie36%
Stal en mestopslag11%
Voerproductie13%
Energiebronnen6%
Aanvoerbronnen33%

Wat kunt u als veehouder doen om de carbon footprint te verlagen?

‘Pensfermentatie’ en ‘aanvoerbronnen’ hebben het grootste aandeel in de carbon footprint, hier is dus het meeste te winnen wanneer het gaat om het verlagen van de footprint.
Methaan dat ontstaat uit ‘pensfermentatie’, heet enterisch methaan. Dit is de hoeveelheid methaan die gevormd wordt in de pens bij afbraak van gevoerde voedermiddelen. Deze hoeveelheid hangt met name af van de hoeveelheid celwanden en zetmeel in het rantsoen.

Goed om te weten: Een verhoging van het NDF-gehalte van een product (celwanden), geeft meer vorming van methaan. Meer pensbestendig zetmeel, geeft juist minder methaanproductie.

Hoe werkt dit dan?

Bij de fermentatie van het voer in de pens worden door pensmicroben verschillende vluchtige vetzuren gevormd: boterzuur, azijnzuur en propionzuur. Dit is energie voor de koe. Bij de productie van met name boterzuur en azijnzuur komt waterstof vrij. Bij een overschot aan waterstof wordt dit gebonden met koolstofdioxide (CO2) en vormt dit methaan (CH4). Dit komt grotendeels via de ademhaling weer naar buiten.

Ook aanvoerbronnen hebben met 33% een groot aandeel in de totale broeikasgassen op een melkveebedrijf. Dit percentage bestond in Nederland onder andere uit voerdrogen, krachtvoer en kunst- en organische mest.

Alle voeders hebben allemaal een eigen indirecte CO2-waarde. Met het voeren van vochtrijke bijproducten kunt u de carbon footprint verlagen. Bierbostel is bijvoorbeeld 0 gram CO2-eq/kilogram product en voor perspulp is dit 1. Terwijl de CO2-waarde van sojaschroot afhangt van de herkomst van de soja. Daardoor kunnen de waardes voor sojaschroot sterk variëren. De waardes per type krachtvoer zijn ook verschillend. Voor standaard krachtvoer ligt dit gemiddeld tussen de 816 en 2136 gram CO2-eq/kg product. Uw mengvoerleverancier kan de gegevens voor uw krachtvoer verstrekken.

Hoe verlaag ik mijn carbon footprint?

De meeste winst om uw carbon footprint te verlagen behaalt u door de pensfermentatie en de uitstoot via aanvoerbronnen in de gaten te houden. Ook spelen melkverwerkers in op de meest recente ontwikkelingen door melkveehouders te belonen voor een lage carbon footprint. Hierbij wordt de CO2-uitstoot berekend per kilogram meetmelk. De kwaliteit van het eigen ruwvoer en een hoge melkproductie wordt ook in deze rekensom het beste beloont. Over het efficiënt verlagen van de CO2-uitstoot door onder andere het voeren van bijproducten schreven wij een artikel waarin wij tips delen. Het artikel is hier te lezen.

Wilt u meer weten over de CO2-voetafdruk op uw bedrijf? Neem dan contact op met de binnendienst via: (0252) 53 61 46 of neem contact op met uw specialist in de regio.

Vind uw specialist